Vernielend verlangen

Vanbinnen druipt het kleurloos water
langs het steen zijn scheuren en naden
neemt op zijn pad het grijze gruis mee
en laat een spoor achter, langs zijn tracé.

De diepzwarte glans van donker pigment
en slierten kristalstof, zij vormt het accent
van duizend rivieren, verstrengeld in één
vertekend het beeld, gegrift in het steen.

dat jaar en dag het licht heeft gezien
de regen gevoeld, gehoord het gegrien.

De ziltheid van leven, het bitter van haat
de hitte van woede, de leegte van smaad.

De triestheid, vergetelheid, kwaad, razernij
vernielend verlangen, naar ik en jij
… wij.

En daar, in het gruis herken je mij
gedrenkt in jouw tranen lijk ik dichtbij.

maar onder het steen, daar leef ik niet
noch in mijn stof, dat jij achterliet.

Ik huis in jouw woorden
en woon in jouw leven
ik waan in akkoorden
in letters verweven.

Nee, onder mijn steen, daar lig ik niet
ben ook niet de man die jou verliet.

 

| voor de betreffende persoon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *