Kermend hout

Kermend hout

De zilte gure wind,

zij trekt aan de plankieren.

De nerven in het hout

verraden jaren van zuchtend trekken

in de naden

waar de wind stil hield

en was uitgezucht.

In de kieren,

klaar voor opnieuw een adem, de spanten in.

Waar zij haar rust vond.

Zij zuchten de herinnering aan stormen van toen,

de houten wachters boven de hanebalken.

Zij ademen de stormen

van nachtenlang gepeins.

Van het wachten van de uil in de boom

in de wei

achter het vaderhuis.

Daar waar de wind haar rust hield.

Daar werd ze een gemoedelijke vriendin.

Die exhalerend

haar nagels lakt,

haar klauwen scherpt

aan de bast van de eik.

Haar schreeuwen stelpt

aan de roep van een vogel.

Daarom is de storm

een vrouw.

Zij is de moeder

van al het kermend hout!

Renk van Oyen, 7 juni 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *